Onderstaand verhaal is van een van mijn cursisten Schrijven bij de NHA. Ik vind het een prachtig - en schrijnend- verhaal en ik heb haar gevraagd of ik het op mijn site mag zetten. Ze vond het goed. Maaike Raeven: bedankt!
Lees -en huiver!
De eenogige reus, Boro Magiomali, keek even snel in het glas van de oven naast hem om zichzelf te keuren. Inwendig grommend naar zijn evenbeeld draaide hij zich weer naar de camera die voor hem stond. Hij rommelde met de bakjes en kommetjes op de tafel, frunnikte aan zijn oor om het geluid naar de regisseur duidelijk te krijgen en zwaaide even naar het publiek dat joelend reageerde. ‘Tien seconden Boro,’ hoorde hij zeggen. Hij trok zijn schort recht, rolde zijn schouders en keek toen met een grijns de lens in. ‘Vijf. Vier. Drie. ... … ’ Het rode lampje van camera Een sprong aan en hij was onmiddellijk in zijn element. Met een brede lach liet hij zijn fonkelende, vlijmscherpe tanden zien. Hij boog zich ver naar de camera toe, wat hem monsterlijk vervormde op de schermen in de huiskamers. ‘Goed. Als eerste: klauwtjes wassen!’ Hij draaide zich om en waggelde met zijn logge lijf naar de wasbak. Schoudercamera Twee volgde hem. Hij draaide de kraan open en speelde, zoals gewoonlijk, luidruchtig en wild met het water. Het geschreeuw van het publiek achter hem jutte hem op tot nog meer clowneske toestanden. Ook met de handdoek kon hij het niet laten om nog even de lachers op zijn hand te krijgen. Daarna liep hij met waardige pas naar het kruis op de vloer van de studio. ‘Hartelijk, nee, ja, hártelijk welkom, alhier, dames en heren.’ De reuzenmenigte ging opnieuw uit hun dak en werd met moeite weer tot bedaren gebracht. ‘En natuurlijk ook voor de kijkers thuis: har-te-lijk welkom!’ Hij maakte een buiging en van de tribunes kwam beheerst luid applaus met hier en daar een joel of uitroep. Met een enorme lepel porde hij wat in een bak krioelende mensen, sloot het deksel en keek vervolgens uitdagend naar de camera. ‘Vandaag maak ik een heerlijk hoofdgerecht van plakken dikke vrouwenbil met brokjes moedermelkkaas, overgoten met een luchtig sausje van meisjestranen. Het is een groot misverstand dat alleen gele of zwarte billen lekker zijn. Ik geef na: ze zijn heerlijk pittig. Maar ook rode, witte of bruine vetgemeste zitvlakken kunnen zeer wel smaken! Het is gewoon afhankelijk van de bereiding. En ík ga het u leren.’ Met een grijns wist hij feilloos zijn publiek weer gek te krijgen. Toen het gejoel en geschreeuw afnam, ging hij verder. ‘Ja. Een groentesoepje als voorgerecht kan lékker zijn, maar die ik vandaag ga maken is goéd voor u. Ik zocht naar een gerecht dat ook bedaagd vlees gebruikte, zodat u kunt zien dat oude mensen heus nog wel smakelijk of tot nut kunnen zijn. Daarom de versterkende bouillon getrokken van de botjes van bejaarden, met daarbij hun vlees in stukjes gesneden, gemarineerd in navelstrengbloedwijn – een mooi smaakcontrast, oud en jong, dat zeer het proeven waard is!’ Hij pauzeerde even en luisterde naar zijn oortje. ‘Sorry, dames, heren. Ik werd even afgeleid door het bericht dat… Onder iedere stoel in deze studio… Een warmtebox staat… Waar voor iedereen in ligt… Ván... Élk… Rás… Een… Schijfje… Dikke Vróuwenbil!’ Het was alsof de reuzen in geen dagen gegeten had, want ze schoten als uitgehongerde mensen onder hun stoel en hielden triomfantelijk juichend de dikke kleurige plakken omhoog. Op wat gesmak hier en daar na, werd het snel weer stil. Tevreden kauwend keek men naar de eenogige reus, die een levenloos kind op zijn snijplank wierp. ‘Het tweede hoofdgerecht dat ik u straks laat zien, is dat van kinderhoofdjes gerold in het gehakt van hun eigen lijfjes, opgebakken in de braadpan en geserveerd met een lichte saus van adelbloed. Dit kind is dood, dus loopt niet weg en mag op kamertemperatuur komen. Geen omkijken naar. Ik leg het weg voor straks - de onthoofding en het vermalen - maar ik dek het wel af. Zo. Wacht…’ Hij liep naar de koelkast en kwam terug met nog drie kinderen en legde die ook onder de doek. ‘Vergeet niet dat elk mensenras op zich, een diversiteit aan smaak biedt. En ook heel belangrijk: noodzakelijke voedingsstoffen!’ Hij hoorde de barse stem van de regisseur en zag het lampje wegspringen naar camera Drie. Hij draaide mee en hief zijn arm. ‘Deze lepel,’ en hij hield hem naar de lens toe. ‘In het midden zit een gat met een platte metalen ring.’ Hij liet zien hoe de opening groter en kleiner gemaakt kon worden. ‘Deze lepel is absoluut noodzakelijk voor ieder welgeorganiseerde keuken! Als u een béétje lekkere dikke mannenballetjes of babybolletjes wilt maken, dan is het echt een vereiste. Mensen zijn namelijk het lekkerst als ze, met hersenbrei besmeurd en door paneermeel gerold, lévend het kokende mensenvet ingaan. Omdat ze dan het pittigst zijn. En als u dan een beetje roert met dit handige voorwerp, dan heeft u, voor u het weet, óverheerlijke balletjes. Of bolletjes. Het derde en laatste hoofdgerecht van vandaag.’ Hij haalde een bak tevoorschijn uit de koelkast en legde een door de kou bevangen dikke man en een vaag blauw geworden baby’tje op de plank voor hem. ‘Kijk, en met deze lepel, duwt u gewoon,’ en hij perste de man door de ring van de lepel. Bij bewustzijn komende trachtte de man wild te ontsnappen aan de omklemming van de lepel. Achteloos legde Boro het, in zijn oren, piepende mannetje naast hem op een schaal. Met een kleinere variant van de lepel, liet hij zien hoe de onderkoelde baby door de ring geperst kon worden. Bewusteloos bleef het erin hangen. ‘En als smakelijk nagerecht, ten slotte, “gillende prematuurtjes”: gillend gaan ze het kokende water in én ze lijken nog te gillen bij de beet. Maar dát ziet u straks wel. Iets om naar uit te kijken…’ Hij glimlachte mysterieus naar het ronde glas voor hem - hij wist dat er miljoenen keken. Daarom hing hij quasi nonchalant over zijn enorme tafel en vervolgde. ‘Ook wil ik het u niet onthouden om het verschil eens te proeven tussen een kaal en een harig mens; zien of het u wat uitmaakt! Een grappig, knapperig koffiegerechtje. Of bij de cognac, ook lekker. Omdat mensen gekóókt het lekkerste zijn als ze angstig of agressief zijn – vanwege het stofje “adrenaline”, dat het vlees wat pittiger maakt – is het belangrijk, meedoeners thuis, om zo direct de bak met kaalkoppen en behaarden uit de koele ruimte te halen en ze op kamertemperatuur te brengen. Zo u wilt mogen ze, om de adrenaline wat te verhogen, allemaal bij elkaar in één bak – mannen en vrouwen, kaal en harig. Houd het deksel er stevig op, want deze wezentjes proberen altijd weg te kruipen!’ Hij hield de bak met mensen voor zich naar de camera en liet zien hoe snel er al een mensenhand of -hoofd tevoorschijn kwam, bij het maar een klein beetje lichten van het deksel. ‘Steek ook nimmer je hand in zo’n bak, want dat geeft nare wonden. Ze dragen veel schadelijke bacteriën bij zich, zodat u áltijd naar een arts dient te gaan als u bent gebeten of gekrabd! En vanwege de aanwezigheid van het grote aantal ziektekiemen, is het van absoluut belang dat ze nimmer rauw worden gegeten! Eerst bakken of braden, wokken of koken en dán pas eten!’ Om zijn publiek weer wat te vermaken na deze strenge woorden, schudde hij met de gesloten bak en deed hij een olijk dansje. Het zag er geestig uit. Het publiek reageerde weer enthousiast. Aangespoord door het succes tolde Boro in de rondte, zo, dat hij er duizelig van werd. Abrupt stopte hij met draaien. Hij zwalkte enkele stappen naar links, daarna naar rechts, zakte plots door zijn benen en smakte op de grond. Met een klap viel de bak op de vloer en sprong het deksel er van af. De consternatie was groot. Op de vloer van de studio stoven de plots bevrijde mensen uiteen. Paniek sloeg toe bij het publiek, dat gillend op de stoelen ging staan. Een productieassistente vermorzelde met haar schoen de paar wezentjes die met gebroken benen of ribben achtergebleven waren in de gevallen bak. Een paar kabeljongens deden verwoede pogingen de rondrennende mensen te vangen of dood te trappen. Ondertussen werd Boro overeind geholpen door een cameraman. Versuft keek hij naar het tafereel voor hem. Hij kon nog niet goed bevatten wat er gebeurd was. ‘Gelukkig is het niet “live”,’ prevelde hij. De regisseur van het programma kwam aangesneld. Zijn gezicht was rood aangelopen en de schrik stond in zijn ogen. ‘Boro, gaat het met je? Jongen toch, dat was een klap! Heb je je pijn gedaan?’ Bezorgd keek hij naar zijn meester-kok. Die grijnsde ongemakkelijk. Hij werd zich bewust van wat hij had aangericht en schaamde zich. ‘Nu goed, we kunnen vandaag niet meer verder gaan met de opnames, want de studio moet eerst mensvrij gemaakt worden en geheel uitgezogen en ontsmet.’ Gemoedelijk sloeg hij zijn arm om de verslagen kijkende reus heen. ‘Kom Boro, we gaan nu maar een bloedwijntje drinken. Om bij te komen van de schrik.’