Foto: Niels Westra. Bontje is namaak, kat is echt.
Delen |

 

Harry Voss: Man van actie

Een biografie over een actievoerder

Nieuwsbrief ontvangen?

Laat uw naam en e-mailadres achter.
Naam 
E-mail  
 

Eet smakelijk

18-12-2011 18:36:00

Onderstaand verhaal is van een van mijn cursisten Schrijven  bij de NHA. Ik vind het een prachtig - en schrijnend- verhaal en ik heb haar gevraagd of ik het op mijn site mag zetten. Ze vond het goed. Maaike Raeven: bedankt!

Lees -en huiver!

 

De eenogige reus, Boro Magiomali, keek even snel in het glas van de oven naast hem om zichzelf te keuren. Inwendig grommend naar zijn evenbeeld draaide hij zich weer naar de camera die voor hem stond. Hij rommelde met de bakjes en kommetjes op de tafel, frunnikte aan zijn oor om het geluid naar de regisseur duidelijk te krijgen en zwaaide even naar het publiek dat joelend reageerde. ‘Tien seconden Boro,’ hoorde hij zeggen. Hij trok zijn schort recht, rolde zijn schouders en keek toen met een grijns de lens in. ‘Vijf. Vier. Drie. ... … ’ Het rode lampje van camera Een sprong aan en hij was onmiddellijk in zijn element. Met een brede lach liet hij zijn fonkelende, vlijmscherpe tanden zien. Hij boog zich ver naar de camera toe, wat hem monsterlijk vervormde op de schermen in de huiskamers. ‘Goed. Als eerste: klauwtjes wassen!’ Hij draaide zich om en waggelde met zijn logge lijf naar de wasbak. Schoudercamera Twee volgde hem. Hij draaide de kraan open en speelde, zoals gewoonlijk, luidruchtig en wild met het water. Het geschreeuw van het publiek achter hem jutte hem op tot nog meer clowneske toestanden. Ook met de handdoek kon hij het niet laten om nog even de lachers op zijn hand te krijgen. Daarna liep hij met waardige pas naar het kruis op de vloer van de studio. ‘Hartelijk, nee, ja, hártelijk welkom, alhier, dames en heren.’ De reuzenmenigte ging opnieuw uit hun dak en werd met moeite weer tot bedaren gebracht. ‘En natuurlijk ook voor de kijkers thuis: har-te-lijk welkom!’ Hij maakte een buiging en van de tribunes kwam beheerst luid applaus met hier en daar een joel of uitroep. Met een enorme lepel porde hij wat in een bak krioelende mensen, sloot het deksel en keek vervolgens uitdagend naar de camera. ‘Vandaag maak ik een heerlijk hoofdgerecht van plakken dikke vrouwenbil met brokjes moedermelkkaas, overgoten met een luchtig sausje van meisjestranen. Het is een groot misverstand dat alleen gele of zwarte billen lekker zijn. Ik geef na: ze zijn heerlijk pittig. Maar ook rode, witte of bruine vetgemeste zitvlakken kunnen zeer wel smaken! Het is gewoon afhankelijk van de bereiding. En ík ga het u leren.’ Met een grijns wist hij feilloos zijn publiek weer gek te krijgen. Toen het gejoel en geschreeuw afnam, ging hij verder. ‘Ja. Een groentesoepje als voorgerecht kan lékker zijn, maar die ik vandaag ga maken is goéd voor u. Ik zocht naar een gerecht dat ook bedaagd vlees gebruikte, zodat u kunt zien dat oude mensen heus nog wel smakelijk of tot nut kunnen zijn. Daarom de versterkende bouillon getrokken van de botjes van bejaarden, met daarbij hun vlees in stukjes gesneden, gemarineerd in navelstrengbloedwijn – een mooi smaakcontrast, oud en jong, dat zeer het proeven waard is!’ Hij pauzeerde even en luisterde naar zijn oortje. ‘Sorry, dames, heren. Ik werd even afgeleid door het bericht dat… Onder iedere stoel in deze studio… Een warmtebox staat… Waar voor iedereen in ligt… Ván... Élk… Rás… Een… Schijfje… Dikke Vróuwenbil!’ Het was alsof de reuzen in geen dagen gegeten had, want ze schoten als uitgehongerde mensen onder hun stoel en hielden triomfantelijk juichend de dikke kleurige plakken omhoog. Op wat gesmak hier en daar na, werd het snel weer stil. Tevreden kauwend keek men naar de eenogige reus, die een levenloos kind op zijn snijplank wierp. ‘Het tweede hoofdgerecht dat ik u straks laat zien, is dat van kinderhoofdjes gerold in het gehakt van hun eigen lijfjes, opgebakken in de braadpan en geserveerd met een lichte saus van adelbloed. Dit kind is dood, dus loopt niet weg en mag op kamertemperatuur komen. Geen omkijken naar. Ik leg het weg voor straks - de onthoofding en het vermalen - maar ik dek het wel af. Zo. Wacht…’ Hij liep naar de koelkast en kwam terug met nog drie kinderen en legde die ook onder de doek. ‘Vergeet niet dat elk mensenras op zich, een diversiteit aan smaak biedt. En ook heel belangrijk: noodzakelijke voedingsstoffen!’ Hij hoorde de barse stem van de regisseur en zag het lampje wegspringen naar camera Drie. Hij draaide mee en hief zijn arm. ‘Deze lepel,’ en hij hield hem naar de lens toe. ‘In het midden zit een gat met een platte metalen ring.’ Hij liet zien hoe de opening groter en kleiner gemaakt kon worden. ‘Deze lepel is absoluut noodzakelijk voor ieder welgeorganiseerde keuken! Als u een béétje lekkere dikke mannenballetjes of babybolletjes wilt maken, dan is het echt een vereiste. Mensen zijn namelijk het lekkerst als ze, met hersenbrei besmeurd en door paneermeel gerold, lévend het kokende mensenvet ingaan. Omdat ze dan het pittigst zijn. En als u dan een beetje roert met dit handige voorwerp, dan heeft u, voor u het weet, óverheerlijke balletjes. Of bolletjes. Het derde en laatste hoofdgerecht van vandaag.’ Hij haalde een bak tevoorschijn uit de koelkast en legde een door de kou bevangen dikke man en een vaag blauw geworden baby’tje op de plank voor hem. ‘Kijk, en met deze lepel, duwt u gewoon,’ en hij perste de man door de ring van de lepel. Bij bewustzijn komende trachtte de man wild te ontsnappen aan de omklemming van de lepel. Achteloos legde Boro het, in zijn oren, piepende mannetje naast hem op een schaal. Met een kleinere variant van de lepel, liet hij zien hoe de onderkoelde baby door de ring geperst kon worden. Bewusteloos bleef het erin hangen. ‘En als smakelijk nagerecht, ten slotte, “gillende prematuurtjes”: gillend gaan ze het kokende water in én ze lijken nog te gillen bij de beet. Maar dát ziet u straks wel. Iets om naar uit te kijken…’ Hij glimlachte mysterieus naar het ronde glas voor hem - hij wist dat er miljoenen keken. Daarom hing hij quasi nonchalant over zijn enorme tafel en vervolgde. ‘Ook wil ik het u niet onthouden om het verschil eens te proeven tussen een kaal en een harig mens; zien of het u wat uitmaakt! Een grappig, knapperig koffiegerechtje. Of bij de cognac, ook lekker. Omdat mensen gekóókt het lekkerste zijn als ze angstig of agressief zijn – vanwege het stofje “adrenaline”, dat het vlees wat pittiger maakt – is het belangrijk, meedoeners thuis, om zo direct de bak met kaalkoppen en behaarden uit de koele ruimte te halen en ze op kamertemperatuur te brengen. Zo u wilt mogen ze, om de adrenaline wat te verhogen, allemaal bij elkaar in één bak – mannen en vrouwen, kaal en harig. Houd het deksel er stevig op, want deze wezentjes proberen altijd weg te kruipen!’ Hij hield de bak met mensen voor zich naar de camera en liet zien hoe snel er al een mensenhand of -hoofd tevoorschijn kwam, bij het maar een klein beetje lichten van het deksel. ‘Steek ook nimmer je hand in zo’n bak, want dat geeft nare wonden. Ze dragen veel schadelijke bacteriën bij zich, zodat u áltijd naar een arts dient te gaan als u bent gebeten of gekrabd! En vanwege de aanwezigheid van het grote aantal ziektekiemen, is het van absoluut belang dat ze nimmer rauw worden gegeten! Eerst bakken of braden, wokken of koken en dán pas eten!’ Om zijn publiek weer wat te vermaken na deze strenge woorden, schudde hij met de gesloten bak en deed hij een olijk dansje. Het zag er geestig uit. Het publiek reageerde weer enthousiast. Aangespoord door het succes tolde Boro in de rondte, zo, dat hij er duizelig van werd. Abrupt stopte hij met draaien. Hij zwalkte enkele stappen naar links, daarna naar rechts, zakte plots door zijn benen en smakte op de grond. Met een klap viel de bak op de vloer en sprong het deksel er van af. De consternatie was groot. Op de vloer van de studio stoven de plots bevrijde mensen uiteen. Paniek sloeg toe bij het publiek, dat gillend op de stoelen ging staan. Een productieassistente vermorzelde met haar schoen de paar wezentjes die met gebroken benen of ribben achtergebleven waren in de gevallen bak. Een paar kabeljongens deden verwoede pogingen de rondrennende mensen te vangen of dood te trappen. Ondertussen werd Boro overeind geholpen door een cameraman. Versuft keek hij naar het tafereel voor hem. Hij kon nog niet goed bevatten wat er gebeurd was. ‘Gelukkig is het niet “live”,’ prevelde hij. De regisseur van het programma kwam aangesneld. Zijn gezicht was rood aangelopen en de schrik stond in zijn ogen. ‘Boro, gaat het met je? Jongen toch, dat was een klap! Heb je je pijn gedaan?’ Bezorgd keek hij naar zijn meester-kok. Die grijnsde ongemakkelijk. Hij werd zich bewust van wat hij had aangericht en schaamde zich. ‘Nu goed, we kunnen vandaag niet meer verder gaan met de opnames, want de studio moet eerst mensvrij gemaakt worden en geheel uitgezogen en ontsmet.’ Gemoedelijk sloeg hij zijn arm om de verslagen kijkende reus heen. ‘Kom Boro, we gaan nu maar een bloedwijntje drinken. Om bij te komen van de schrik.’

 

 

15 oktober 2011: de jacht is geopend

15-10-2011 12:51:00

Stel, je bent een wild dier en je leeft in het beetje groen dat de mensen nog voor je over hebben gelaten. Het is koud; de eerste nacht met echte vorst aan de grond. Tegen de tijd dat de ochtend aanbreekt en de eerste zonnestralen je verkilde lichaam verwarmen en je op zoek gaat naar iets te eten, word je opgejaagd door honden. Er klinken knallen. Je maatje, het dier dat al tijden samen met jou leeft, schreeuwt van pijn en valt om. Je holt maar wat rond, geen idee waar je heen moet, je kunt ook nergens heen,schoten klinken aan alle kanten. Overal zijn mensen, ze hoeven nauwelijks te bewegen, want ze hebben geweren en die doen het werk voor hen.

Vandaag, 15 oktober, gaan de heren en dames hobbyisten doodschieten weer op pad. Ze hebben hun dure groene camouflageoutfits aan omdat ze denken dat ze iets natuurlijks doen. Ze geloven echt  dat ze aan natuurbeheer doen, net zoals kleine kinderen geloven dat Sinterklaas echt bestaat. Door de week zijn ze tandarts of kok, of garagehouder, maar op zaterdag hebben ze heel veel verstand van natuur en wild. Ze zijn mooi bezig  ‘in de natuur’ en ja, vanzelfsprekend is het wel een beetje naar om zo’n dier van het leven te beroven, maar ja, het moet. Het moet omdat deze tandarts, kok of garagehouder nu eenmaal ook een hobby moet hebben. Hij schiet zo graag!

Dat er gevallen zijn van tien hobbyjagers die samen een haas doorzeefden, dat er dieren aangeschoten zijn en langzaam een gruwelijke dood sterven, dat diezelfde jagers (illegale) jachthutten neerzetten, dat ze daarbij voedsel neerleggen om wild te lokken en ze vanboven af doodleuk neer knallen, daar hoor je niemand over. Dat jagers bijvoorbeeld ook buiten het zogenaamde jachtseizoen eten neerleggen in het bos, om de aanwas van jonge dieren te garanderen – er moet natuurlijk wel iets te schieten overblijven!- , daar heeft ook niemand het over.  Dat er maïsvelden geoogst worden en dat er dan een halve bunder blijft staan, zodat jagers de dieren die zich daar in wanhoop verschanst hebben, zittend op een stoeltje eruit kunnen jagen en ze aan de rand neer kunnen knallen, dat hoor je ook nooit. Er zijn mensen die dat gezien hebben en die niet kunnen geloven dat hun medemensen zulke wrede dingen doen.

De meeste hobbyjagers noemen zichzelf dierenvrienden. Ze geloven  ook echt van zichzelf dat ze dat zijn. Sommige van die dierenvrienden zitten namens ons in de regering. Zoals staatssecretaris Bleker. Dat is ook zo’n vermeende dierenvriend. Hij gelooft het echt, net zoals kleine kinderen in Sinterklaas geloven. Kleine kinderen zingen liedjes voor  die niet bestaande Sint, grote mensen schieten andere levende wezens dood voor hun niet bestaande dierenliefde.

Ik ben een jagersvriendin. Echt, dat geloof ik. Dat is misschien de reden dat ik niet kan remmen als ik er een voor mijn auto krijg. Het is rot, maar het moet. Het is echt beter voor die jagers. En het is mooi, want het is meteen mijn hobby.

Zie ook:http://www.youtube.com/watch?v=f4fLqCpbR1A" onclick="javascript:pageTracker._trackPageview('/outgoing/www.youtube.com/watch?v=f4fLqCpbR1A');

 

Pablo???...Oh..!

17-8-2010 23:31:00

  Wij mensen zijn eigenaardige wezens. We reizen naar verre oorden en betalen graag vele euro’s om oude gebouwen of restanten daarvan te zien. Een stokoude olifant of een reuzenschildpad die eeuwen heeft doorstaan, leggen we graag vast in onze digitale camera. Als we ergens bouwen en er verschijnen overblijfselen van beschavingen van voor onze tijd onder de grond, wrijven we vergenoegd in onze handen. Oud is mooi.

Maar we meten met twee maten als het om andere oude dingen gaat. Als ik met mijn oude hondje van 15 jaar ga wandelen, is er niemand die een foto van hem wil maken. En in mensenjaren is hij toch al iets van 105 jaar oud. Dat is dunkt mij toch niet gering. Ook mijn kinderen – ik zie nog voor me hoe hard ze knikten toen we ze vroegen of we dit kleine pupje, ter grootte van een flinke hamster - in huis zouden nemen. Ze schudden hun hoofden zo hard dat ze er bijna afvielen! Eenmaal thuis vochten ze bijkans met elkaar om hem te mogen knuffelen, uit te laten, met hem te spelen. Vijftien jaar geleden. Toen waren ze acht en negen jaar oud. Als de kinderen nu af en toe thuis zijn en Pablo komt op zijn stramme pootjes naar ze toe, dan zien ze hem niet eens staan. En als hij toevallig vlak naast ze zit of ligt, dan beginnen ze ostentatief te hoesten als ze zijn –niet zo frisse inderdaad - adem ruiken. “Ga weg,” zeggen ze dan. Hun aandacht is vooral gericht op onze nieuwe jonge hond Aram en natuurlijk op het aandoenlijke kitten van een paar maanden oud. Een oud mens zijn is lastig, maar een oude hond zijn is helemaal verschrikkelijk.

Pablo is jarenlang een soort alter ego van mij geweest. Mijn dochter heeft wel eens tegen me gezegd dat ze de dag vreesde dat hij zou komen te overlijden. Waar ik was, was Pablo, waar Pablo was, was ik. En aangezien Pablo (een kruising chihuahua/pincher) de grootte van een kat heeft, kwam het ook veelvuldig voor dat ik hem even uit het oog verloor. Hoe vaak heb ik het geroepen, al die jaren? “Pablo???!” Om dan schrikachtig overal rond te kijken en tenslotte te zeggen “Oh”, want meestal was het zo dat hij achter me stond en zich ook steeds daar bleef ophouden terwijl ik zoekend in de rondte ging. Nu niet meer. Mijn Pablootje is niet meer die Pablo van destijds. Onmerkbaar heeft de tijd kleine veranderingen in zijn uiterlijk en in zijn innerlijk aangebracht. Zijn kleine gestalte herbergde een grote persoonlijkheid, met een opvallend sterke wil en grote intelligentie. En liep hij vroeger altijd met zijn knuffel rond, nu taalt hij daar niet meer naar. Hij bracht het ding tot gek wordens naar jou of je bezoek toe met het verzoek het leuk weg te gooien, dan zou hij het wel ophalen. Urenlang! En ’s avonds nam hij de knuffel mee de trap op naar de slaapkamer, legde het ding in zijn door mij persoonlijk gefabriekte nepbontmand, ging erbij liggen en legde zijn koppie erbovenop. Dan keek hij mij - in mijn bed - met een blik vol verstandhouding aan en dan wensten we elkaar welterusten.

Ik had nooit gedacht dat het zover zou komen, maar verleden jaar heb ik Pablo gevraagd om ergens anders te gaan slapen. Ik had last van zijn gesnurk. Daarbij moet hij ’s nachts vaak plassen. Nu slaapt hij in zijn nepbontmand in de gang, zonder knuffel. Hij kijkt me allang niet meer aan met die begrijpende blik van hem. In zijn ogen ligt tegenwoordig een grijze waas en ik heb de indruk dat hij niet veel meer ziet. Horen doet hij ook niet zo goed meer. Ik moet hard roepen om zijn aandacht te trekken. Zijn mooie black and tan koppie is helemaal wit geworden en in zijn mond rotten de laatste tanden weg. “Hij is nog wel goed,” zei de dierenarts verleden week. “Met die medicijnen voor zijn hartje houdt hij het nog wel even vol.”

Dat hij onzindelijk is, en soms de weg kwijt is of ons niet zo goed meer lijkt te kennen, hoort erbij, als je 105 jaar oud bent.  Hij heeft nog altijd veel plezier in lekker eten en een wandelingetje vindt hij ook leuk. Hij is dol op de buurvrouw en op mijn bejaarde moeder, met wie hij een goede band heeft. Van de week viel hij ineens om en hij maakte rare geluiden en stuiptrekkingen. Hij liet zijn plas lopen. Ik hield hem vast en praatte geruststellend tegen hem. Ik dacht echt dat hij doodging. Maar hij krabbelde overeind en hij zei dat hij wel wat lustte.

Pablo???… Oh!

 

 

Hebberigheid

28-6-2010 12:41:00

En zomaar zijn er een paar maanden voorbij. Kort na het verschijnen van het boek over Harry moesten we allemaal weer hard aan de gang voor de Tweede Kamerverkiezingen waarbij we ons uiteraard hard maakten voor de Partij voor de Dieren.Gelukkig hebben we onze twee zetels weten te behouden, maar ik ben geschrokken van het 'strategische stemgedrag' van sommige mensen! Mensen die 'bang' waren voor te rechts of juist te links, stemden nu niet, zoals hun gevoel eigenlijk ingaf, op ons, maar op de partij die het verste af stond van waar zij zo bang voor waren. Terwijl je met een stem voor de dieren toch zoveel duidelijk kunt maken.Ik heb van zoveel bekenden gehoord dat ze 'eigenlijk voor de PvdD wilden stemmen, maar dat ze...etc ect'  Brr. gelukkig hebben voldoende mensen hun hart gevolgd.

Maar kort samengevat was het een drukke tijd en ik heb veel respect voor al die (aspirant-)politici die de benen onder hun lijf vandaan holden om overal acte de precense te geven en het gedachtgoed van hun partij te prediken. Wat een gedoe! Verder heb ik met ouderlijke trots mogen zien hoe mijn mooie dochter Barbara schittert in de film Sea the truth. (zie www.seathetruth.nl) die de Piersonstichting gemaakt heeft in samenwerking met Dos Winkel.Geen leuk verhaal, trouwens.We hebben in onze hebberigheid de zeeen nagenoeg leeggevist. Dat is op zich al erg genoeg, maar nog erger is het dat veel mensen die er hun broodwinning van gemaakt hebben, het domweg ontkennen. Wij mensen zijn te vaak niet zulke aardige wezens.We eigenen ons de aarde en alles erop en erin toe alsof het ons recht is.En het is nooit genoeg. We gaan bijna alleen maar voor onszelf. We gaan tenonder aan onze eigen hebberigheid - dat bewijzen de diverse crises die momenteel heersen maar al te goed.

Waar of niet? Je mag reageren!

Annemarie

 

 

 

 

Nog steeds wat wazig

17-2-2010 16:15:00

'Ik ben er nog steeds wat wazig van'" zei Harry gisteren en dat begreep ik maar al te goed. Mensen waren -echt waar!- van heinde en verre gekomen om getuige te zijn van de boekdoop. Voor een impressie daarvan, kijk dan even bij Achtergrond bij het boek over Harry.

 

De dag van de boekdoop

15-2-2010 11:31:00

Het is vandaag 15 februari: D-day voor ons! Vanmiddag zal  Harry het eerste exemplaar van 'zijn boek' aan de burgemeester van Apeldoorn overhandigen en daarna gaan we officieel 'los' met een feestelijke boekdoop in restaurant Bel Paese in Apeldoorn. Er zijn ook al flink wat bestellingen binnen en ik kijk uit naar de eerste officiele recensies. Harry is uitgenodigd voor diverse lezingen over het boek en zijn 'actieleven'. Hij krijgt het dus goed druk de komende weken, met de campagne als lijsttrekker voor de Partij voor de Dieren in Apeldoorn erbij. Gelukkig is hij op zijn best als hij het druk heeft. Voor mijzelf is het anders dan bij mijn eerdere boeken: ik sta deze keer meer aan de zijlijn van de aandacht en eerlijk gezegd vind ik dat prima. Want alhoewel ik altijd 'goed gebekt' lijk over te komen, ben ik best wel een hazehart.

Bovendien is het volstrekt terecht. Dit boek gaat over Harry. Het zou niet bestaan zonder Harry. Ik denk ook- zonder nu mijzelf op de borst te kloppen- dat het een uniek boek is. En vandaag wordt een super dag! Verslag volgt morgen!

De weken voor de bevalling...

27-1-2010 20:38:00

Ja, zo voelt het, als de weken voorafgaand aan een bevalling. Geen idee hoe het gaat voelen als het gebeurt, maar wel zeker weten dat er wat gaat gebeuren. Ik heb het niet over een nieuwe aardbewoner die door mij op de wereld gezet gaat worden, ik heb het over mijn nieuwe boek.

Het heeft een tijd geduurd, maar nu het zover is, is het reuze spannend. Over een kleine twee en een halve week is het zover: 'Harry Voss, man van actie' ziet het 'levenslicht'.

Als ik zeg 'mijn' boek, jok ik een beetje. Dit boek is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen mij en Harry Voss, de hoofdpersoon uit het boek. Het is 'ons' boek. Ik wilde al een tijd een verhaal schrijven over een echte actievoerder. Dat idee ontstond toen er zo'n ophef was over het verleden van Duyvendak.'Het woord activist heeft een ongekende negatieve lading in onze samenleving. Raar, vond ik dat. Want activisten komen toch meestal belangeloos op voor dingen die ons allen raken. Vroeger dacht ik vaak, als ik weer eens zo'n actie voor het redden van een natuurgebied of zo op de televisie zag: "Ik ben blij dat die lui het doen. Ik moet er niet aan denken om mezelf in die kou en in die regen aan een boom vast te ketenen." Pas toen ik actief (!) werd voor en bij de Partij voor de Dieren, leerde ik die mensen die zich zo belangeloos voor andere levende wezens en het milieu inzetten, een beetje van dichtbij kennen.

Mijn keuze voor Harry Voss voor het boek lag voor de hand; als je zoekt naar 'een actievoerder' via Google, kom je vrijwel steeds bij hem uit. Daarbij liep hij ook rond met het idee om zijn verhalen op schrift te stellen en is hij ook actief binnen de Partij voor de Dieren. Dus...

 

Het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf!  Voor mij wel eens iets heel anders om te doen. Voorheen schreef ik fictie, thrillers, romans.Nu moest ik mij verdiepen in waargebeurde feiten en in de geschiedenis van een man. Ik heb er veel van geleerd. Ik heb vooral geleerd dat de meeste actievoerders gewoon oke zijn.

Nu maar hopen dat veel mensen dit leuke boek ook gaan kopen. Want dat is natuurlijk op dit moment heel spannend: hoe gaat het straks VOELEN? Hoe wordt het ontvangen? Is er een lang en gelukkig leven voor dit boek??