Afstotingsverschijnselen

10 februari 2018

21 weken – 147 dagen

Een jaar of twee geleden overlegden Frank en ik in het ziekenhuis in Groningen met een specialist over een experimentele behandeling waarmee Frank misschien kon genezen. Frank zou dan stamcellen van een donor (zijn zuster) krijgen, die de functie van die van hem moesten overnemen en dan de ziekte definitief zouden kunnen verslaan. We waren hoopvol- Franks’ zus was een 100% match.

Maar helaas: de kanker -en vooral de aantasting van de nieren- was te ver gevorderd en de kans dat Frank de behandeling überhaupt zou overleven, was volgens de specialist nihil.

Iemand die een donororgaan krijgt, of stamcellen, kan heftige afweerreacties krijgen. Om de donatie te laten slagen, worden natuurlijke afweerreacties dan ook dikwijls onderdrukt met zeer sterke medicatie. Dat betekent dat je lichaam ook extra gevoelig wordt voor andere boosdoeners, zoals bacteriën en virussen. Je bent zo weerloos als een baby, terwijl inwendig een geregisseerde oorlog woedt  waarbij de indringer het moet winnen, maar een toevallig passerende bacterie het hele proces kan verknoeien.

Rouwen doet me soms een beetje denken aan die strijd.

De rouwende achterblijver lijdt psychisch zwaar onder de dood van de geliefde. Het verdriet trekt je naar het Niemandsland waar je lief verdwenen is, je wankelt tussen dood en leven, maar het leven zelf -als een donororgaan- moedigt je aan om door te ademen.

Intussen plegen gebeurtenissen zoals -bij mij- het ophalen van Frank zijn as, het opruimen van zijn kleren, het moeten verkopen van de auto of het orde op zaken stellen qua financien, aanslagen op mijn weerstand. Een melodietje mortiert herinneringen in mijn hart, en breekt het, steeds opnieuw. Een brief gericht aan hem put me uit als een zware koortsaanval. En als ik een bekende tegenkom die het nog niet weet en ik de woorden opnieuw hardop moet uitspreken: ‘Frank is overleden,’ voel ik vanbinnen hoe Niemandsland me lonkt en hoe de afstotingsverschijnselen dreigen te winnen.

Er zijn rouwenden die het niet redden en hun geliefden achternagaan, maar de meeste achterblijvers omarmen het donororgaan dat het leven is en willen ‘ beter’ worden. Ook patiënten die een donororgaan ontvangen, willen niets liever dan leven.

In het eerste geval is het een innerlijke strijd en in het tweede moet je je lot in handen van artsen leggen.

In beide gevallen is het berezwaar, maar in beide gevallen vinden we het kennelijk de moeite van de inspanningen waard. Misschien is het leven zelf wel het allergrootste geschenk dat we ooit kunnen ontvangen en beseffen we dat pas goed als het ons op wat voor manier dan ook ontnomen wordt.

Ik wens iedereen in deze omstandigheden alle kracht.

Annemarie

 

2 gedachten over “Afstotingsverschijnselen”

  1. Afleiding is het aller best,
    Ga cursussen doen naar
    het theater doe wat je vroeger altijd hebt gewild
    Elke avond de kachel laten branden, vrijwilligerswerk bij humanitas bij,ga op groepsreis met gelijk gestemden.
    Een moeilijke stap,maar beetje bij beetje komt er berusting,
    Liefs
    John

Reacties zijn gesloten.