Hoe meer we doden, hoe meer er komen

Maandagochtend, kwart over zeven. Ik word wakker van een  geweerschot, vlakbij. In het uur dat volgt, weerklinken regelmatig schoten.

Een jaar geleden had ik een confrontatie met een vijftal groengeklede mannen die in het natuurgebied hier oorlogje aan het spelen waren. En de vijand? Het ging om een vos, zei een van hen. De vos, beweerde hij, was ongeveer de schuld van alles: de teloorgang van het ecosysteem, misschien zelfs wel van de wereldvrede. Ik trachtte deze jongetjes met hun gevaarlijke speelgoed ervan te overtuigen dat het doodmaken van medeschepselen nog nooit iets opgelost heeft en dat het ook wreed was, maar het was duidelijk dat ze mij maar een raar emotioneel wijf vonden zonder kennis van het plattelandsleven. Ik begreep dat het zinloos is te praten met gewapende mensen en vooral dat ze niet openstaan voor argumenten van andersdenkenden. Toen ze wegliepen, grinnikte een van hen nog: ‘Die vos gaat eraan, linksom of rechtsom.’

En op deze maandagochtend zal er dus wel weer een aan flarden zijn geschoten. Nu lijk ik misschien een emotioneel mens zonder verstand van het plattelandsleven. Maar dat is niet zo. Ik weet dat de vos wettelijk een beschermde diersoort is, maar dat hij in praktijk op de landelijke vrijstellingslijst staat, zodat hij jaarrond zowel overdag als -in veel provincies- ’s nachts met kunstlicht bejaagd mag worden. Jaarlijks worden zo in Nederland ruim 15.000 vossen gedood, vanwege hun vermeende roofpraktijken, zonder dat financiële schade overigens een rol speelt.

‘Vossenplagen’, zoals bij muizen (en mensen!) bestaan niet, omdat vossen territoriumdieren zijn en elkaar verjagen. Zoals nagenoeg altijd in de natuur, worden geboorteaantallen gereguleerd door voedselaanbod. Als dat voldoende is, is er een normaal aantal nakomelingen. Bij weinig voedselaanbod zie je nesten kleiner worden. Als er veel vossen gedood worden door de mens, worden er steeds meer vosjes geboren, die gaan zwerven omdat ze verdreven worden door soortgenoten. Net als mensen passen vossen zich goed aan. Dan zie je patat-etende of in kippenrennen tekeergaande vossen, als mensen die in supermarkten ‘hamsteren.’ De enige natuurlijke vijanden van vossen zijn mensen en wolven, maar ziekten, parasieten en vooral soortgenoten maken hun leven onzeker, waardoor hun aantallen beperkt blijven.

Hoe meer vossen men doodt, hoe meer er geboren worden. Precies zoals bij ganzen en muskusratten, waar jaarlijks duizenden dieren op wrede wijze vermoord worden.

En wat raar toch dat het niet werkt!

Ik zei tegen die jagers dat alleen wereldwijd uitroeien de vermeende overlast van vossen kan stoppen. Maar dat willen ze ook weer niet. Er moet immers wat te schieten blijven.

Wat betekenen emoties in dat verband?

Wie geinteresseerd is, kan kijken op de site van de Faunabescherming, waar deskundige informatie over wilde dieren staat.

En wie gelooft dat kogels nooit een oplossing zijn, zoekt sowieso naar diervriendelijke manieren om met (de overlast van) medeschepselen om te gaan.

Annemarie van Gelder

https://www.faunabescherming.nl/