Ravijn

Ik heb al een tijdje niets geschreven.

Niet omdat ik ‘eruit’ ben (het idee!), maar omdat de rouw zoals ik die beleef niet erg van vorm verandert. Het is een uur niet te harden en dan gaat het weer een tijdje.

Het komt en het gaat, maar het is nooit weg. Er hangt een wolk van verdriet om mij heen.

Bij iedere stap die ik zet, zie en hoor ik Frank. In 33 jaar samenzijn heb ik kennelijk zoveel beelden van hem in mijn geheugen opgeslagen, dat hij om mij heen blijft zweven. Ik heb er geen idee van hoe het zou zijn als ik dat gevoel niet zou hebben.

Maar er zijn momenten die ik blijf vrezen: als het ineens weer met verpletterend besef tot me doordringt dat hij DOOD is. Dat er -zoals hij dat zelf ongetwijfeld gezegd zou hebben- geen nieuwe beelden meer bijkomen. Die momenten zijn vreselijk, iedere keer weer. Ik zit in de auto en pats. Ik wandel met mijn honden en knak. Ik zak van het ene op het andere in een zwart gat, zo diep dat het mij de adem beneemt. Ik ben duizelig, vreselijk misselijk en het lijkt of ik leegloop als een ballon. Zijn dat nou wat men ‘paniekaanvallen’ noemt?

Je ziet waarschijnlijk echter niets aan mij. Ik ben gewoon een mevrouw met een bril die boodschappen doet, maar bij het schap met blikjes val ik in een ravijn. Ik staar in de richting van ingeblikte groenten en voel hoe ik maar blijf vallen. Met zoveel mensen die per dag overlijden, met zoveel mensen die in dezelfde situatie zitten als ik, zouden er toch theoretisch naast mij bij dit blikschap meer mensen moeten staan die dit ervaren?

Ik verman mij -of ik vervrouw mij- en focus op de blikjes. Kikkererwten. Altijd goed. Laat ik die maar meenemen. Het ravijn vervaagt, ik herstel me, maar houd me nog wel even vast aan een staander. Ik wil niet omvallen in een supermarkt. Er is niets aan de hand. Ja, mijn man is zeven en een halve maand geleden na een klote tijd en na een vreselijk sterfbed overleden, maar verder gaat het goed. Ik ben geamputeerd, mijn leven is gehalveerd, thuis wacht mij de leegte, die ik manhaftig tracht te vullen omdat ik weet dat Frank in mijn plaats zijn kans om te blijven leven ook gegrepen had. Het leven kan immers best mooi zijn. De tuin in bloei, jonge zwaluwen die uitvliegen, mijn eigen kinderen, mijn lieve vrienden en vriendinnen, mijn honden, mijn katten, mijn leven. Het is er nog. Maar het ravijn zal nooit verdwijnen. Ik zal erlangs blijven wankelen totdat ook ik erin verdwijn- net als iedereen. Memento mori.

Annemarie