Schiet mij maar dood

Twee jaar geleden overleed mijn moeder. Ze was 87 jaar en dementerend- na jarenlang strijden tegen TIA’s en een herseninfarct. Mijn vader volgde haar drie maanden later. Hij was 89 en ook al lang aan het tobben met zijn gezondheid, zoals met kanker, maar ook met klachten die misschien eerder serieus genomen –en verholpen- waren als hij jonger was geweest en de puf had gehad om ervoor te vechten. ‘Ouderdom’ was de vergaarbak voor veel ellende.

Hun laatste acht levensjaren waren zwaar voor hen – en voor mij. Ik was hun ‘mantelzorger’. Ik deed het met liefde, maar de keren dat ik na afloop van een bezoek aan hen jankend in mijn auto zat, zijn niet op de vingers van twee handen te tellen. Als de telefoon ging, op de meest ongelukkige tijdstippen, greep ik alweer naar mijn autosleutels. Het ergste was dat ik wist dat het alleen maar erger zou worden. En dat werd het. Hoe vaak ben ik met mijn vader en mijn moeder naar het ziekenhuis gegaan? Gebroken pols, gebroken heup, een scheur in het bekken, iets met de maag, iets met de blaas, iets met de darmen… Het was dweilen met de kraan open. Het aller-allerergste was toen mijn ouders na 64 jaar huwelijk snikkend uit elkaar gehaald werden en mijn moeder 25 kilometer verderop tussen dementerende oudjes terechtkwam. Groter treurnis heb ik niet gezien.

Ik moet mijn best doen om de mensen die mijn ouders waren in mijn herinnering terug te halen. Hun levenslust, leergierigheid, gevoel voor humor, kennis en levenswijsheid. Mijn geheugen wordt bezoedeld door het beeld van twee morsige, kromgegroeide, in hun broek plassende, niet meer begrijpende, niet meer in staat te lopen, dovige en bovenal doodongelukkige stumpers die hun dagen moesten uitzitten in een verzorgingstehuis.

Toen ik weer eens in overleg zat met de verzorgingstehuisarts en andere zorgverleners, vroeg ik mij hardop af wat dit alles ons nu leerde over de manier waarop wij zelf onze oude dag gaan regisseren. De arts, ook beginnend zestiger, zei dat ‘onze generatie het zover niet zal laten komen door wat wij met onze ouders meemaken’. Wij zijn de gezegende lichting die veel van onze ouders heel oud zien worden, iets wat onze ouders meestal zelf niet hebben meegemaakt. Zij wisten niet wat hen te wachten stond en hebben er waarschijnlijk nooit serieus (genoeg) over nagedacht. Dat was iets wat ooit wel kwam. Ik heb het gezien en ik weet dat ik het zo niet wil. Net als de dokter van het verzorgingstehuis die zijn brood verdient met de zorg voor ouden van dagen, die wil het ook niet.

Ik wil niet eindigen zoals mijn ouders, zeker niet voor onze kinderen. De verpleeghuisarts zei dat ‘onze generatie ervoor zal zorgen er tijdig uit te stappen.’ Los van het feit dat ik mij herinner dat ook mijn moeder ooit zoiets beweerde, maar er nooit werk van maakte, maak ik mij oprecht zorgen over de manier waarop wij er dan ‘uit kunnen stappen.’ Die pil van Drion is er nog steeds niet en zal er ook zo snel niet komen.  We zijn lid van de NVVE (Nederlandse Vereniging van Vrijwillige Euthanasie), maar je blijft met dat eeuwige dilemma zitten dat je de verantwoordelijkheid voor jouw dood in principe bij een ander moet leggen. En alleen artsen zijn gelegitimeerd  om je op een nette manier uit het leven te zetten.

En daar zit ‘m de crux. Want artsen zitten ethisch klem omdat ze de eed van Hippocrates hebben afgelegd, die kort samengevat inhoudt  dat ze leven beschermen en nooit opzettelijk iemand zullen laten sterven. Dus een arts opzadelen met jouw dood is de wereld op zijn kop. Ik zou trouwens zelf ook niet graag iemand actief helpen met sterven. Geen mens, geen dier. Maar als je, goed bij je verstand, tot de weloverwogen conclusie komt dat je wilt sterven, zit je pas goed in de problemen. Want dan gaat een stel mensen dat helemaal niet staat te springen om de verantwoordelijkheid van jouw dood op zich te nemen, onderzoeken of jouw wens wel ‘gerechtvaardigd’ is. Dat kan jaren duren, tenzij je een enkeltje Zwitserland neemt.

Het is lastig. Alleen de super-dapperen onder ons voegen de daad bij het woord en verlaten het feest op tijd. Als het lukt… want als het misgaat, zit je misschien nog jarenlang achter de begonia’s- zonder benen. Of je wordt dement en dan ……

Nu bedacht ik mij dat er misschien wel een oplossing is. We zouden het euthanaseren over moeten laten aan mensen die er geen problemen mee hebben. Die op rationele basis kunnen vaststellen of iemand zijn beste tijd gehad heeft of niet, net als bij dieren.  Deze mensen –jagers- hebben er zelden moeite mee een ander levend wezen te doden. Integendeel, ze zijn ervan overtuigd dat ze soorten daarmee gezond houden en waarschijnlijk vinden ze het zelfs wel fijn om vakkundig en snel een eind aan een aards bestaan te mogen maken. Ze beschouwen het in feite als een vorm van tuinieren: snoeien doet bloeien.

Het wordt jagers echter steeds moeilijker gemaakt om hun bezigheden uit te oefenen. Vanuit de maatschappij klinkt allengs meer protest op: zomaar weerloze dieren neerknallen, dat is toch wreed? Hebben die erom gevraagd? Daarbij, natuur is er steeds minder en het aantal wilde dieren in ons land neemt ook af.

Dus zou het een idee zijn om jagers om te scholen om het werk te doen dat artsen niet graag willen? Als ze zo behendig zijn met geweren, kunnen ze vast ook wel leren om medemensen die echt klaar zijn met hun leven op een andere manier –met een spuitje?- pijnloos en snel uit hun lijden te verlossen. Ze hebben dan toch het gevoel dat ze de natuur een handje helpen, ze hebben geen last van wroeging, het is –bijkomstigheid- prettig voor het wild dat dan met rust gelaten wordt en het is  goed voor de samenleving: Als je niet meer kunt en wilt leven, hoeft dat niet. Laat de jager dan maar komen.

2 gedachten over “Schiet mij maar dood”

  1. Ha die Annemarie, wat heb je het toch weer geweldig verwoord! Bij het lezen van het eerste deel van je verhaal (over je ouders) betrapte ik me erop dat ik er treurig van werd, even later veranderde mijn emotie in bezorgdheid over de gedachte dat je helemaal niet zo gemakkelijk zelf kunt bepalen wanneer je genoeg hebt van dit leven (tenzij je kiest voor zelfdoding). Gelukkig bleef ik vervolgens hangen in mijn laatste gemoedstoestand: alleen maar lachen, want ik vind het een geniaal idee van je! Wellicht een petitie starten? Mijn steun heb je. Liefs, Mieke

  2. Ik ben het met je eens Annemarie waar het gaat om zelfbeschikking waarmee je voorkomt dat een ander wordt opgezadeld met je eigen doodswens. Of het nu gaat om een dokter, jager of wie dan ook. Maar ik snap je wel. Jagers zijn de beulen van weleer nietwaar?

Reacties zijn gesloten.