Tussendeur

In juni 2013 vertrokken wij ‘voorgoed’ naar Frankrijk, in september 2013 bleek Frank kanker te hebben en in oktober 2013 zaten we in een huurhuis in Leek.

Begin februari 2014 trokken we in ons huidige huis: alles op de begane grond. Frank zou na alle behandelingen voorlopig geen trappen kunnen lopen, dus het was een verstandige beslissing.

Dit huis heeft een aanbouw en achter die aanbouw bevinden zich de slaapkamers en de badkamer. Ertussenin zit een soort ouderwetse tochtdeur, die naar twee kanten open kan. Hij staat meestal open, ik heb er een houtje onder geschoven zodat hij niet steeds openklapt.

Frank riep meteen: ‘Die deur gaat eruit!’ Frank had een sterke neiging om ieder huis waar we woonden (of waar we op bezoek waren), ingrijpend te willen verbouwen. Het kostte me altijd moeite om dat in onze eigen huizen een beetje tegen te houden (wat zeker niet altijd lukte).

‘Nee,’ zei ik dus gedecideerd. ‘Die deur laten we zitten, want als jij niet lekker bent (eufemisme voor ‘als je heel erg ziek bent door je behandelingen of door de kanker zelf’) kan die deur mooi dicht en dan heb je geen last van geluiden uit de kamer.’

Aanvankelijk leek het nog wel mee te vallen, maar toen de tijd voortschreed, waren er inderdaad momenten dat ik de tussendeur dichtdeed als hij op bed lag. Dan hoorde hij de honden niet blaffen of bezoek arriveren. De deur had zijn nut. Alleen met stofzuigen niet, want als hij openstaat, moet ik altijd het klemhoutje verwijderen en erachter stofzuigen en het is alsof vooral de haren van onze grootste hond zich daar het liefst en masse verzamelen. Het is iedere keer weer schrikken.

Maar altijd als ik stofzuig en mij zuchtend buig om de klem los, danwel vast te zetten, bedenk ik mij dat zo’n deur nuttig is. Voor als Frank slaapt.

Aan het eind liet ik de deur altijd open. Anders hoorde ik hem niet, als hij mij met zwakke stem riep. Vandaag stofzuigde ik weer en ik deed mijn deurritueel. Ik bukte mij en dacht mechanisch: ‘Toch wel handig als hij wil slapen en niet gestoord wil worden…’

Ik trap er iedere keer weer in. Oude gedachten die geconditioneerd worden bij handelingen.

Frank is dood. De tussendeur zit er nog.

Annemarie

Een gedachte over “Tussendeur”

  1. Ondanks dat het mijn vader is die ik zo ontzettend mis, herken ik heel veel in jouw posts. De eenzaamheid, het verlangen, een soort heimwee naar een tijd die nooit meer terugkomt. Je schrijft echt prachtig. Dankjewel.

Reacties zijn gesloten.