Wisselend

Als mensen mij vragen hoe het gaat, antwoord ik meestal ‘wisselend’. Het is het enige woord dat de lading dekt. Mijn stemmingen varieren van niet meer weten hoe ik verder moet tot een bijna euforische dadendrang. Een dadendrang die overigens niet tot actie leidt- maar er zijn wel regelmatig ‘plannen’. Sliep ik voorheen slecht, omdat Franks ziekte mij wakker hield, tegenwoordig is het zijn dood die me belet te slapen. Zodra ik -steeds later- ’s avonds het licht uitdoe, word ik bevangen door een soort paniek. Een vriendin noemde dat het moment dat ‘de wolven komen’. In het donker begin ik me af te vragen of ik me niet vergist heb. Of ik misschien in een nachtmerrie gevangen zit en dat alles helemaal niet waar is. Ik begin tegen Frank te praten. Misschien zegt hij iets terug en is het inderdaad een grote vergissing. Ik noem zijn naam. “Hey, ben je nog wakker?”

Ik doe het licht aan. Hij is er niet. Het is waar.

Het is iedere keer weer waar.

Slapen is, zoals ze dat tegenwoordig wel omschrijven, ‘een beetje een dingetje’. Als ik al slaap, word ik om de haverklap wakker, met heftig bonzend hart. En als het eindelijk ochtend is, spring ik uit bed, verlost uit de nacht, weg uit die kamer, weg van de demonen.

Het is eigenlijk onwaarschijnlijk dat een mens met zo weinig nachtrust overdag nog kan functioneren, maar dat doe ik wel – soort van. Ik laat de honden uit, bestier mijn kleine huishoudentje, ontvang vrienden en ga er incidenteel zelfs uit en dat alles houd ik vol omdat mijn hart nonstop in overdrive is, in een constante vluchtmodus.

De laatste dagen begin ik me echter moe te voelen. Wakker worden kost me weer moeite, ik draai me liever nog even om dan meteen uit bed te springen. Misschien is dat een teken dat ik me eindelijk een beetje begin te ontspannen. Ik weet het niet. Zoals zo veel. De ziekte van Frank en zijn uiteindelijke sterven hebben me in een achtbaan van emoties geplaatst die ik niet alleen nooit eerder heb ervaren, maar waarvan ik de afloop ook niet ken. Ik kan niet anders doen dan het ondergaan, los van het feit dat ik hem gekmakend mis en gewoon niet begrijp dat hij nooit meer terugkomt.

Als Merlijn zegt dat hij van zijn vader gedroomd heeft, ben ik blij voor hem, maar ook jaloers. Waarom kan ik hem niet zien, ’s nachts?

Hij is nu vier maanden en 12 dagen dood. Het begint nu wel erg lang te duren. Voor de omgeving is het ‘gewoon’. Vroeger meende ik dat achterblijvers er na die tijd wel een beetje aan gewend waren. Nou, niet dus. Ik vraag me af of het ooit zal wennen.

Soms vraag ik me af of ik destijds met Frank getrouwd zou zijn als ik geweten had dat hij na 33 jaar samenzijn dood zou gaan. Het is een idiote vraag, ik weet het. Compenseert een goed huwelijk een dergelijk verdriet? Laatst hoorde ik van een koppel dat 40 jaar getrouwd was en toen bleek manlief een affaire te hebben met een veel jongere dame. Zo’n verhaal ontnuchtert. De man heeft in feite het hele verleden met zijn vrouw kapotgemaakt, zoiets maak je nooit meer ongedaan. Ik denk regelmatig aan die vrouw: daar staat ze dan, was haar hele leven nu een leugen? Hoe leef je met zoiets?

Dus ja, ik zou met Frank getrouwd zijn, ook als ik wist dat hij eerder ziek geworden zou zijn en sterven zou. Iedere dag die we samen waren, hebben we toch maar mooi gehad. Bovendien, mijn herinneringen aan hem zijn onbezoedeld: we hielden tot aan het einde van elkaar.

Ik wil leren dankbaar te zijn voor wat ik heb gehad en niet te blijven hangen in wrok om wat mij ontnomen is. Maar dat hij zo ziek heeft moeten zijn en dat hij zijn leven heeft moeten opgeven, zal ik nooit begrijpen. Het zal dus altijd wel ‘wisselend’ blijven.

Annemarie

Een gedachte over “Wisselend”

  1. De laatste 4 zinnen zijn er ook voor mij geweest,dankbaar om zo een fijne levenspartner te hebben gehad.

Reacties zijn gesloten.